Mijn vriend staat geschrokken ernaast en probeert mij overeind te helpen. Maar terwijl hij dat doet staat hij met z’n grote schoenen op een stuk van mijn jas. Ja, dan kan je trekken aan iemand wat je wilt, maar dan lukt het niet zo. Ondanks de klap, krijg ik daar helemaal de slappe lach van.

Opgelucht ziet de vriend mijn reactie, zet mij weer op m’n benen en we vervolgen onze zoektocht naar de auto.
Het verhaal loopt natuurlijk prima af, die vriend komt –dankzij een lift - net op tijd  thuis.

En ik zit die middag achter mijn PC en begin zomaar te schrijven aan dit boek. Dat tikje had ik vast even nodig…

Dagboek en nieuws

Januari 2010

Deze winter, het was begin januari, ging ik met een vriend van mij een stuk over een zandverstuiving wandelen. Er lag sneeuw en wij liepen al pratend kris-kras door het besneeuwde landschap. Eigenlijk waren we de tijd een beetje vergeten toen we erachter kwamen dat we terug naar de auto moesten, omdat de vriend van mij zijn kinderen bijtijds van school moest halen. Wij spoedden ons naar de auto, maar waar waren we? Op zich is het niet moeilijk om op een zandverstuiving te verdwalen, maar met het laagje sneeuw op het zand leek het wel tien keer erger om de weg terug te vinden. Waar waren we ? En we hadden haast!

We lopen maar het bos in, in de hoop op een verharde weg uit te komen. En dat lukt. Maar welke kant moeten we nu op?
Ik draai op mijn hakken van rechts naar links, maar door deze onverwachte manoeuvre val ik achterover op de weg. Het lijkt in slowmotion te gaan, mijn achterhoofd knikt als laatste met een doffe dreun op de grond. Ik zie sterretjes.